AOC Luberon is de Rhône-appellatie rond het kalkmassief van de Luberon: 36 gemeenten in de Vaucluse, in 1988 erkend als Côtes du Luberon en sinds 2009 kortweg Luberon. De wijngaarden liggen grofweg tussen 160 en 550 meter hoogte, waar koele nachten de hitte van de dag breken. Toch zet de streek zich schrap voor een heter klimaat, met proeven met nieuwe druivenrassen.
Twee mannen hangen voorover in een touw. Hun schouders werken tegen iets onzichtbaars: de stroming. Achter hen ligt een platte boot met een derde man aan het roer, en in het ruim liggen twee vaten met hoepels, zwaar en buikig. Daarboven staan amforen op een rij, als potten op een keukenplank. De gezichten zijn weggesleten, maar de spanning in het touw is na bijna tweeduizend jaar nog altijd voelbaar.
Een boer vond dit reliëf in het begin van de negentiende eeuw op zijn grond in Cabrières-d’Aigues, aan de zuidvoet van de Luberon. Het origineel ligt vandaag in het Musée Calvet in Avignon. Mensen die tegen de stroom in werken: in de Luberon doen ze dat nog altijd, alleen heet de stroming nu anders.
Cabrières-d’Aigues en de Durance: wijn tegen de stroom in
Het bas-reliëf van Cabrières-d’Aigues dateert vermoedelijk uit de eerste eeuw na Christus, en de vaten in de boot bevatten volgens de gangbare lezing wijn. Welke rivier de jaagmannen volgden, staat nergens; de Durance ligt voor de hand. Het lastenboek van de appellatie noemt de steen zonder aarzelen de oudste bekende voorstelling van de wijnhandel in Gallië. Dat is meer trots dan wetenschap; ‘een van de vroegste’ is wat een archeoloog zou tekenen.
Waar het water naartoe gaat, staat wel vast. De Luberon is een kalkrug van zo’n 55 kilometer lang en 18 kilometer breed, van Cavaillon tot Manosque, met de Mourre Nègre als top op 1125 meter. De Calavon stroomt langs de noordflank, de Durance langs de zuidflank, en beide komen in de Rhône uit: de Calavon via de Durance, de Durance net onder Avignon. AOC Luberon, de beschermde oorsprongsbenaming van de streek, hoort dan ook officieel bij de wijngaarden van de Rhônevallei. Het landschap doet alsof het Provence is, met lavendel en dorpen als zwaluwnesten tegen de rotsen, maar de wijn kijkt naar de rivier.
De Durance had lang een slechte naam. Een oud Provençaals gezegde noemt drie plagen van de Provence: de mistral, het parlement en de Durance. Wie in oktober de herfstbuien ziet losbarsten, begrijpt de derde. Sinds de grote werken van de jaren vijftig en zestig, met de stuwdam van Serre-Ponçon voorop, is ze grotendeels getemd.
Die rivieren waren ook handelswegen. In november 1698 liet een koopman uit Genève, een zekere Goudet, via makelaars 250 tonneaux wijn van de ‘Coste de Maubec’ kopen, en nog eens 300 uit Goult en Lacoste. Genève ligt precies op de plek waar de Rhône het Meer van Genève verlaat. Hoe die wijn er geraakte, vertellen de stukken niet. Dat hij een flink stuk stroomopwaarts aflegde, getrokken door paarden en mannen zoals die op het reliëf, is aannemelijk, maar niet bewezen.
De naam die vandaag op de etiketten staat, moest later nog bevochten worden. Amédée Giniès, naar wie in La Tour-d’Aigues een straat heet, stond aan de wieg van het eerste wijnbouwerssyndicaat en zocht voor de streek wat de grote buren al hadden: een erkende oorsprong. In 1951 erkende een vonnis van de rechtbank van Apt de oorsprongsbenaming, en de wijnen werden VDQS, een tussenstap onder de AOC. In 1966 bracht Giniès de coöperaties samen in Marrenon. De man die vocht voor een gemeenschappelijke naam, prijkt vandaag zelf op flessen van die coöperaties: Amédée, gewoon zijn voornaam, als merk.
Urgonische kalk en koude nachten: waarom de Luberon fris blijft
De Luberon is in de eerste plaats een berg van kalk, en van een heel bijzondere kalk. Het massief bestaat grotendeels uit urgonische kalksteen: een harde, lichte steen die ruim honderd miljoen jaar geleden ontstond in een warme, ondiepe zee vol rifbouwers. De naam komt van Orgon, een dorp met steengroeven aan de overkant van de Durance, waar de Franse paleontoloog Alcide d’Orbigny de laag in 1850 beschreef.
Op de flanken van de berg is die kalk verbrokkeld tot puin. Het lastenboek onderscheidt onder meer keienrijke oude terrassen, scherpe brokken die door de vorst in de ijstijden van de rotsen zijn gesprongen, hellingpuin en zandgronden op molasse, en zandige afzettingen van een zee uit het Mioceen. Dat je die steen in het glas proeft, beweert geen ernstige bodemkundige. De keien laten water doorsijpelen, warmen op in de zon en dwingen de wortels dieper. Onderzoekers als Kees van Leeuwen wijzen al jaren op de waterhuishouding als sleutel van terroir; de rots zelf is vooral de loodgieter.
Het eigenlijke geheim zit volgens de wijnbouwers niet in de grond, maar in de lucht. Ze noemen hun streek ‘un pays frais dans un climat chaud’, een koel land in een warm klimaat. Dat klinkt als reclamepraat in een streek met meer dan 2600 zonuren per jaar. De gemiddelde jaartemperaturen van beide flanken verschillen amper: 12,9 graden in Apt aan de noordkant, 13,1 in Cucuron aan de zuidkant. Over de hoogte is men het minder eens: het lastenboek houdt het op 160 tot 450 meter, de eigen website van de appellatie op 200 tot 550.
De koelte treedt 's nachts op. Uit het oosten dringt de invloed van de Alpen binnen, en na hete zomerdagen koelt de lucht sterk af. Dat koele nachten zuren en aroma’s in de druif helpen bewaren, is in de wijnbouwkunde nauwelijks omstreden. Hoeveel frisheid in het glas daarvandaan komt en hoeveel uit de keuzes van de wijnmaker, zoals vroeg oogsten of rosé persen in de koelte van de ochtend, heeft niemand ooit precies gemeten. Ook het massief helpt: het vangt een deel van de mistral op, de koude noordenwind van de Rhônevallei.
Half oktober valt het oordeel over die koele nachten. De oogst is in de Luberon doorgaans binnen: eerst worden de witte druiven en de druiven voor rosé geoogst, daarna de rode druiven, en als laatste de laatkomer mourvèdre. De bladeren kleuren geel en roestbruin, de rijen staan leeg, en in de kelders ruikt het naar gistende most. Wat de koele nachten van augustus en september hebben bewaard, zit nu in de kuip. Een slogan kun je drukken, een zuurgraad moet je meten.
Assyrtiko in de Vaucluse: de Luberon test druiven voor morgen
De wijnbouwers van de Luberon vertrouwen hun koele nachten, maar niet blind. Een lijstje op de website van de appellatie verraadt dat ze verder kijken. Het gaat om VIFA’s, variétés d’intérêt à fin d’adaptation: druivenrassen die een appellatie bij wijze van proef mag aanplanten, omdat ze beter tegen hitte en droogte zouden kunnen. Na proeverijen kozen de wijnbouwers voor wit piquepoul blanc, carignan blanc, grenache gris, parellada uit Catalonië en assyrtiko van Santorini. Voor de rode wijnen werden caladoc en twee Corsicaanse druiven, sciaccarello en nielluccio, gekozen.
Volgens het lastenboek mogen die rassen samen hoogstens vijf procent van de wijngaard van een bedrijf innemen en hoogstens tien procent van een assemblage uitmaken, en alleen na een overeenkomst tussen het INAO, het nationale instituut voor de oorsprongsbenamingen, het beheersorganisme van de appellatie, de druiventeler en de wijnmaker. Vandaag draaien de rode wijnen en de rosés rond grenache, syrah en mourvèdre, de witte onder meer rond vermentino, hier rolle genoemd, grenache blanc, clairette en roussanne. De appellatie maakt, uitzonderlijk voor de Rhône, bijna evenveel wit als rood, en rosé is goed voor ongeveer de helft. Bewijzen kan niemand het, maar juist die frisse kleuren lijken het kwetsbaarst bij warmere nachten.
Daar zit ironie in. Een streek die zichzelf een koel land noemt, houdt een druif achter de hand van een Grieks vulkaaneiland, waar de wijnstok laag tegen de grond tot een mand wordt gevlochten, omdat de assyrtiko-druif zijn zuren bewaart terwijl andere druiven ze verliezen. En piquepoul, carignan blanc en grenache gris zijn oude bekenden van de Languedoc, aan de overkant van de Rhône. De wijngaard trekt hier niet naar het noorden, zoals vaak wordt gezegd. Hij leent bij de buren die het al langer warm hebben.
In hetzelfde lastenboek staat een zinnetje dat bijna niemand leest. De wijnen moeten gemaakt worden volgens ‘usages locaux, loyaux et constants’: plaatselijke, eerlijke en bestendige gebruiken. Bestendig. Het hele stelsel van de oorsprongsbenamingen rust op die gedachte: een plek geeft een herkenbare wijn, omdat mensen er telkens hetzelfde doen met dezelfde druiven op dezelfde grond.
In de kelders gist nu een nieuwe jaargang, gemaakt volgens bestendige gebruiken, onder een lucht die dat niet meer is. Wie de koelte wil bewaren die de streek haar slogan gaf, moet mogelijk andere druiven planten, en wie andere druiven plant, verandert precies de wijn die die koelte moest uitdrukken. Wie niets verandert, blijft trouw aan de gebruiken en verliest misschien wat die gebruiken ooit opleverden. Beide keuzes zijn een vorm van trouw. Ze kunnen niet allebei gelijk hebben, en toch hebben ze het allebei een beetje.
In Avignon hangen twee mannen nog altijd voorover in hun touw. Ze trekken een boot met vaten tegen de stroom in, al bijna tweeduizend jaar, en ze komen geen meter vooruit. Of dat volharding is of vergeefsheid, laat de steen in het midden.
Veelgestelde vragen
Waarom zijn wijnen uit de Luberon fris ondanks het warme klimaat?
De frisheid van de AOC Luberon komt vooral van de grote verschillen tussen dag- en nachttemperatuur. De wijngaarden liggen grofweg tussen 160 en 550 meter hoogte en krijgen ’s nachts koele lucht met een alpiene invloed, wat zuren en aroma’s in de druiven helpt bewaren. Ook keuzes van de wijnmaker, zoals het oogstmoment, spelen mee.
Hoort de Luberon bij de Rhône of bij de Provence?
De AOC Luberon hoort officieel bij de wijngaarden van de Rhônevallei, ook al ligt ze in een landschap dat typisch Provençaals aandoet. Het gebied telt 36 gemeenten in de Vaucluse rond het kalkmassief van de Luberon, tussen de vallei van de Calavon in het noorden en die van de Durance in het zuiden. Beide rivieren monden via de Durance uit in de Rhône.
Wat is de bodem van de AOC Luberon?
De bodems van de AOC Luberon worden sterk bepaald door de harde urgonische kalksteen van het massief. Het lastenboek noemt onder meer keienrijke oude terrassen, vorstpuin uit de ijstijden, hellingpuin en zandgronden op molasse uit het Mioceen. Die stenige bodems werken vooral via drainage, warmte en worteldiepte, niet doordat je de steen in de wijn proeft.
Welke nieuwe druivenrassen test de AOC Luberon?
De AOC Luberon experimenteert met zogeheten VIFA’s, rassen die beter bestand zouden zijn tegen hitte en droogte. De wijnbouwers kozen piquepoul blanc, carignan blanc, grenache gris, parellada en assyrtiko voor wit, en caladoc, sciaccarello en nielluccio voor rood. Volgens het lastenboek mogen ze hoogstens 5 procent van de wijngaard van een bedrijf en 10 procent van een assemblage uitmaken.
Welke wijnen maakt de AOC Luberon?
De AOC Luberon maakt rode, rosé en witte wijnen. Rosé is goed voor ongeveer de helft van de productie, en er wordt bijna evenveel wit als rood gemaakt, wat voor de Rhône uitzonderlijk is. De rode wijnen en rosés draaien rond grenache, syrah en mourvèdre; de witte onder meer rond vermentino (rolle), grenache blanc, clairette en roussanne.
Bronnen
- INAO, Cahier des charges de l’AOP « Luberon », wijziging aangenomen door het Comité national op 18 juni 2026 (nationale oppositieprocedure). https://extranet.inao.gouv.fr/fichier/PNO2026CDCAOPLUBERON.pdf
- Les Vins Luberon (beheersorganisme van de AOC), Découvrir l’appellation, geraadpleegd in oktober 2026. https://www.vins-luberon.fr/fr/decouvrir-l-appellation
- Museo Galileo, tentoonstelling Vinum: Bas-relief with barge transporting barrels (afgietsel van het origineel uit de 1e eeuw n.C., Musée Calvet, Avignon). https://exhibits.museogalileo.it/vinum/object/BasreliefWithBargeTransportingBarrels.html
- LASIM, ‘Urgonia’ (over Orgon, het urgonien en Alcide d’Orbigny), n° 325, juni 2024. https://www.lasim.org/wp-content/uploads/2022/01/Urgonia-rd.pdf
- Van Leeuwen, C. & Seguin, G. (2006). The concept of terroir in viticulture. Journal of Wine Research, 17(1), 1–10.
- Maltman, A. (2018). Vineyards, Rocks, and Soils: The Wine Lover’s Guide to Geology. Oxford University Press.
- Provence 7, ‘La Durance, rivière en Provence’ (gezegde over de drie plagen van de Provence). https://www.provence7.com/portails/nature-en-provence/fleuves-et-rivieres-en-provence/la-durance/
- Hachette Vins, fiche Marrenon (opgericht door Amédée Giniès, 1966). https://www.hachette-vins.com/guide-vins/producteurs/20029/marrenon
Rudi D’Hauwers
Commandeur Baronie Gent ⎥ AI-optimist ⎥ Columnist ⎥Geograaf
Deze column is geschreven met behulp van AI. Elk stuk ontstaat in dialoog: mijn ideeën, ervaringen en inzichten vormen het vertrekpunt, AI helpt bij het uitwerken en verwoorden. De eindredactie gebeurt dan weer door mezelf. Het resultaat is een samenwerking tussen menselijke nieuwsgierigheid en technologische mogelijkheden.
Reactie plaatsen
Reacties