Escales généreuses: dwalen door de wijngaarden van de Rhône

Gepubliceerd op 4 februari 2026 om 13:38

Er is een moment, ergens tussen de eerste slok en de tweede, waarop je beseft dat je niet meer weet of je de wijn proeft of het landschap. Het licht van de namiddag valt schuin door de platanen, de geur van thijm hangt laag boven de hete stenen, en in het glas draait een rode wijn die naar graniet en zomerstorm ruikt. De reiziger is in de Rhônevallei, maar eigenlijk is hij nergens of overal tegelijk.

De Fransen hebben er een woord voor: terroir. Dat magische iets dat zegt: hier groeit deze druif op deze grond onder deze hemel, en het resultaat smaakt naar dit alles samen. Maar wat ze niet vertellen – wat geen enkele wijnkaart zal uitleggen – is dat terroir ook reist, dat het zich nestelt in het geheugen als een herinnering aan licht, en dat men het later, thuis aan de keukentafel, soms weer kan proeven als men een fles opentrekt die ooit te zwaar leek om mee te nemen, maar toch meeging.

De brochure die Inter Rhône (de interprofessionele organisatie die alle wijngaarden tussen Vienne en Avignon vertegenwoordigt) uitgeeft, heet Les Escales Généreuses. Genereuze haltes. Geen wijnroute dus, geen strakke itineraire, maar een reeks aanlegplaatsen langs een rivier die zelf het verhaal vertelt. Want de Rhône is hier geen bijfiguur. Hij is de hoofdpersoon: de ligne de vie, de levenslijn, zoals men hem noemt. Hij verbindt alle appellaties, alle dorpen, alle terrassen met elkaar, van het steile graniet in het noorden tot de ronde kiezelstenen in het zuiden, waar de hitte trilt boven de wijngaarden en de Camargue ruikt naar zout en wilde paarden.

Die rivier kent men misschien. Niet goed genoeg om er over op te scheppen, maar wel goed genoeg om te weten dat men er anders naar kijkt als men weet wat er groeit op zijn oevers. Er zijn verhalen van reizigers die jaren geleden van Tain-l'Hermitage naar Châteauneuf-du-Pape reden in busjes die naar oude kaas roken. Ze herinneren zich vooral de druiven die nog aan de stokken hingen in oktober, dik en blauw, en de steile terrassen waar je alleen kon komen met een tractor die meer op een geit leek. Maar wat hen het meest bijbleef was het tempo. Iedereen reed te snel op de autoroute, maar zodra men afsloeg naar de wijngaarden, leek de tijd anders te bewegen. Trager. Dikker. Als honing die uit een pot loopt.

Les Escales Généreuses is een poging om dat tempo te organiseren, om oenotoerisme, een woord dat altijd klinkt als iets dat men moet aanvragen bij een consulaat, te transformeren tot iets menselijks. Geen wijnsnobisme, geen kastelen met gouden naamplaatjes, geen formules van tien gangen met pairing die eruitzien als vergelijkingen. Gewoon: stoppen, proeven, luisteren, doorrijden. De brochure onderscheidt vier soorten escales: gourmande, pittoresque, festive, culturelle. Alsof elke halte een humeur heeft, een toon, een smaak.

Het is een mooie gedachte, ook al weet men dat het in de praktijk nooit zo werkt. De beste wijnervaringen ontstaan altijd per ongeluk: een deur die openstaat, een vigneronne die tijd heeft, een stuk kaas dat toevallig op tafel ligt. Maar misschien is dat precies wat die escales willen zijn: geen recepten, maar suggesties. Zoals een goede gastheer zegt: neem wat je wilt, blijf zo lang je wilt, en als je niet van rood houdt, probeer dan de witte.

Escale gourmande

De escale gourmande begint bij het besef dat in de Rhônevallei alles draait om de tafel. Niet de tafel als meubel, maar als werkwoord: tafelen. Samenkomen. Delen. Slow food avant la lettre, hoewel dat ook weer zo'n term is die de werkelijkheid inruilt voor een concept. Want wat is er langzaam aan ravioles du Dauphiné met een glas jonge witte wijn, gegeten op een terras waar de zon blote armen verwarmt en ergens een hond ligt te snurken? Niets is langzaam, alles ís.

De brochure noemt La Vallée de la Gastronomie, een soort culinaire Via Francigena die de regio verbindt aan een historisch verhaal over smaak en traditie. Maar men denkt eerder aan markten. Aan de markt in Vaison-la-Romaine op een dinsdagochtend in augustus, waar tafels kraken onder de pruimen en tomaten, waar olijven liggen in bakken als edelstenen, en waar een oude vrouw een stukje pélardon laat proeven, die geitenkaas die naar hooi en noten smaakt en zegt: Celui-là, il est parfait. En men gelooft haar, omdat perfectie in zulke momenten geen ijkpunt is maar een feit.

Escale pittoresque

De escale pittoresque is gemakkelijker te verkopen. Iedereen houdt van mooie uitzichten, en de Rhônevallei heeft ze in overvloed. De Dentelles de Montmirail, die kalksteenkammen die uit het landschap steken als gebroken tanden. De Mont Ventoux, die witte reus die men overal ziet, zelfs als men hem niet zoekt. De Gorges de l'Ardèche, waar de rivier zich door het landschap heeft gesneden als een mes door boter.

Maar wat meer raakt dan het grote panorama is het detail. Het licht op de bladeren van een olijfboom. De manier waarop oude terrassen van stapelstenen de helling in lijnen verdelen. De schaduwen die de cipres werpt in de namiddag. Er zijn verhalen van mensen die boven op de heuvel van Hermitage stonden, die beroemde helling die al sinds de Romeinen wijn produceert, en keken naar de rivier beneden, waar een vrachtboot langzaam voorbijvoer. Vanaf daar leek alles stil, traag, eeuwig. Maar de wijnmakers vertellen dat die stilte bedrieglijk is: dat de Mistral hier in de winter zo hard blaast dat men bijna niet overeind kan blijven, dat de graniet zo heet wordt in de zomer dat de druiven er bijna in verbranden.

Het landschap hier liegt niet, maar het vertelt ook niet alles. Men moet blijven kijken.

Escale festive

De escale festive herinnert eraan dat wijn altijd een sociaal gebeuren is geweest, geen privé-mysterie. De vallei organiseert het hele jaar door festivals, concerten, filmavonden onder de sterren, wijndegustaties in de wijngaard zelf. Men is misschien huiverig voor zulke evenementen – te veel mensen, te veel lawaai, te veel influencers die hun glas parfait fotograferen, maar men moet toegeven dat de beste feesten vaak de simpelste zijn. Een picknick tussen de stokken. Een gitarist die op een terras speelt terwijl de zon ondergaat. Een lange tafel waar vreemden naast elkaar schuiven en brood breken.

Wat opvalt in de brochure is de nadruk op toegankelijkheid. Geen exclusieve events voor wijnkenners, maar brede uitnodigingen: kom zoals je bent, drink wat je lekker vindt, blijf zo lang je wilt. Er is een soort democratische gastvrijheid in die houding die aanspreekt. Wijn hoort niet achter gesloten deuren, niet in kelders die alleen geopend worden voor de happy few. Wijn is voor wie dorst heeft.

Escale culturelle

De escale culturelle is misschien wel de meest ambitieuze. Want naast de wijngaarden liggen hier ook de ruïnes van het Romeinse rijk: het theater van Orange, het aquaduct Pont du Gard, de arena's van Nîmes. En in Avignon staat het pauselijk paleis, dat immense bouwwerk dat eraan herinnert dat de Rhônevallei ooit het centrum van de christelijke wereld was. De brochure probeert die lagen met elkaar te verweven: wijn als erfgoed, landschap als geschiedenis, terroir als cultureel construct.

Men vraagt zich af of dat werkt. Of men echt van een Romeins theater naar een wijnkelder kan gaan en voelen dat beide verbonden zijn door iets diepers dan toerisme. Maar misschien wel. Misschien is het zo dat geschiedenis altijd ook terroir is: een smaak die blijft hangen, een geur die doet stilstaan, een moment waarop men beseft dat mensen hier al duizenden jaren hetzelfde doen – graven, planten, oogsten, drinken – en dat de reiziger nu deel is van die lange, ononderbroken lijn.

Kom eens langs

Wat bijblijft uit deze brochure is niet zozeer de informatie, hoewel die er is, en nuttig, maar de toon. Er wordt niet verkocht, niet overtuigd, niet gedwongen. Er wordt uitgenodigd. Kom eens langs. Proef dit. Kijk naar dat. Blijf als je wilt. Het is het tegenovergestelde van veel wijntoerisme, dat zich vaak presenteert als een exclusieve club waar men alleen binnen mag als men de codes kent, de juiste vragen stelt, de etiketten kan lezen.

En misschien is dat wel het echte geschenk van Les Escales Généreuses: dat het herinnert aan de kern van gastvrijheid. Dat wijn niet bedoeld is om te analyseren, maar om te delen. Dat landschap geen decor is, maar een verhaal dat men kan betreden. Dat reizen geen afvinken is, maar dwalen.

Men weet niet wanneer men terug zal gaan naar de Rhônevallei. Maar men weet dat men, wanneer men gaat, niet op zoek zal zijn naar de beste wijn of het mooiste uitzicht. Men zal op zoek zijn naar dat moment tussen de eerste en de tweede slok, wanneer de wijn en het landschap in elkaar overlopen, en men even niet meer weet waar de druif ophoudt en de hemel begint.

Dat is, wellicht, wat elke escale belooft: niet een bestemming, maar een stilstand. Een plek waar men even mag blijven hangen, zonder agenda, zonder doel – gewoon om te proeven wat er is.

 

Rudi D'Hauwers - Commandeur Baronie Gent

Deze column is geschreven met behulp van AI. Elk stuk ontstaat in dialoog: mijn ideeën, ervaringen en inzichten vormen het vertrekpunt, Ai helpt bij het uitwerken en verwoorden. Het resultaat is een samenwerking tussen menselijke nieuwsgierigheid en technologische mogelijkheden, een dwaalweg waar ik nog elke dag veel van leer.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.